|
Op welke manier kan – samen met vervolgonderwijs en bedrijfsleven – een doorlopende leerweg tot stand worden gebracht? Aan de hand van een viertal vragen worden de belangrijkste kwesties die betrekking hebben op een soepele doorstroom naar het vervolgonderwijs behandeld.
Hoe start ik samenwerking in de regio op?
Veel vmbo-scholen zoeken naar nieuwe impulsen voor het vmbo-onderwijs. Daarbij wordt de blik steeds vaker naar buiten gericht. Wat zijn de mogelijkheden voor onze leerlingen om praktijkervaring op te doen bij bedrijven en instellingen? Welke vervolgopleidingen zijn er in onze regio en hoe sluiten we daarop aan met onze programma's? Op welke wijze kunnen we samenwerken met vrijwilligersorganisaties of gemeentelijke instellingen? Belangrijk daarbij is een goed beeld te hebben van de mogelijkheden van de eigen regio. Wie zijn mijn partners? Wat zijn de mogelijkheden voor samenwerking in onze regio? Met wie werken we al samen?
Iedereen is wel overtuigd van de meerwaarde van een regionale samenwerking. Echter, hoe start je regionale samenwerking op gestructureerde wijze op? Om vmbo-scholen hierbij te ondersteunen is een instrument ontwikkeld dat ondersteuning biedt bij het opstellen van een plan voor regionale samenwerking. Dat betreft zowel de samenwerking met het vervolgonderwijs en bedrijven en instellingen als overige partijen in de regio. Het instrument bevat een flink aantal concrete voorbeelden van samenwerking.
Instrument
> Samenwerking in de regio, analyse-instrument voor vmbo-scholen, PDF-document
> Samenwerking in de regio, analyse-instrument voor vmbo-scholen, Word-document
Hoe zorg ik voor een goede doorstroom naar het mbo?
Een goede doorstroom naar het mbo kan alleen gerealiseerd worden als het mbo nauw betrokken is bij uw initiatief. Zoek dan ook in een vroeg stadium contact met het roc of aoc in uw regio.
Om een doorstroom naar het mbo te garanderen is het bij de invoering van een nieuw programma minimaal noodzakelijk kennis te hebben van de competenties waarop het vmbo moet voorbereiden.
Bepaal voor de doorstroom dan ook minimaal:
1. Op welk mbo-opleiding(en) bereidt het vmbo-programma voor?
2. Wat zijn voor deze opleidingen zogenaamde startcompetenties?
3. Op welke manier kan het nieuwe vmbo-programma inhoudelijk vormgegeven worden zodat de aansluiting op het mbo naadloos kan verlopen?
Het kan voorkomen dat het nieuwe vmbo-programma vóór de mbo-ontwikkelingen uit loopt. In dat geval is het van belang dat de leerlingen een doorlopende leerlijn wordt gegarandeerd. Samenwerking met het mbo is cruciaal om die leerlijn tot stand te brengen.
Links
> Het Platform Beroepsonderwijs
> Colo
> VO-raad
> Platform Bèta Techniek
> MBO2010
> Onderbouw-VO
Hoe doen onze leerlingen het op het roc/aoc?
Voor uw leerlingen is het van belang dat het vervolgonderwijs aansluit op uw onderwijs. Het gaat daarbij niet alleen om onderwijsinhoudelijke afstemming, maar ook om de afstemming op het gebied van begeleiding, pedagogiek, didactiek en zo veel mogelijk een voortzetting van de zorgstructuur.
Om inzicht te krijgen in hoe uw leerlingen het doen op het mbo kunt gebruik maken van de volgende informatie:
• Informatie over de kwantitatieve aansluiting (hoeveel leerlingen gaan er vanuit welke leerweg door naar het vervolgonderwijs). Deze informatie is in veel gevallen wel te genereren. Via uw administratie of beheersgroep zijn dergelijke cijfers voorhanden.
• Informatie van oud-leerlingen zelf. Om een goed beeld te krijgen moet u het onderzoek niet beperken tot een eenmalige inventarisatie bij oud-leerlingen in het eerste leerjaar, maar hen volgen gedurende een langere tijd en op meerdere momenten.
• Informatie over de kwalitatieve aansluiting. Wat gaat er in het mbo goed? Wat komen de oud vmbo’ers vooral te kort? Waar zouden accenten in het vmbo op gelegd kunnen worden om de doorstroom te verbeteren?
> terug naar boven
Hoe krijg ik zicht op nieuwe programma's in het mbo?
Regionale opleidingencentra (roc's) en agrarische opleidingencentra (aoc’s) bieden het volledige pakket aan opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Middelbaar beroepsonderwijs in de sectoren Techniek( en ICT), Zorg en welzijn, Landbouw en Economie bereidt deelnemers voor op een breed aantal beroepen.
Daarnaast bestaan er ‘vakscholen’ die gespecialiseerd zijn in opleidingen binnen een bepaalde sector, zoals grafische beroepen of scheepvaart en transport. Het mbo is op dit moment bezig met een ingrijpende herzieningsoperatie: de invoering van competentiegericht beroepsonderwijs. Ook is op dit moment de invoering van een oriëntatiejaar - waarbinnen mbo-studenten zich kunnen oriënteren binnen een opleidingsdomein - actueel.
Het mbo krijgt in toenemende mate mogelijkheden om nieuwe opleidingen en onderwijsprogramma’s samen te stellen. Enerzijds krijgt men deze ruimte vanuit de overheid (Koers BVE), anderzijds neemt men deze ruimte om in te spelen op de behoeften van de deelnemer of de behoeften van het regionale bedrijfsleven. In een aantal gevallen kunnen nieuwe opleidingen (of delen daarvan) ontwikkeld worden omdat maatschappelijke ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.
Op de websites van de mbo’s wordt doorgaans aangegeven wat het opleidingenaanbod is. Een gemakkelijke manier om de internetadressen van de mbo’s in uw regio te vinden is via de website van de MBO-raad.
Wat zijn competenties?
Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen. Competenties zijn samengesteld van karakter en relateren aan onderliggende vaardigheden, kennis en houding. Competenties krijgen pas betekenis in een context. Of iemand over de gevraagde competenties beschikt, wordt zichtbaar in gedrag dat, als één van de voorwaarden, leidt tot succes bij uitoefenen van het beroep.
Het KBB-competentiemodel (powered by SHL daarom ook wel SHL-competenties genoemd) is een consistent, samenhangend en geordend geheel van termen, die worden gebruikt bij het beschrijven van competenties in de kwalificatiedossiers. Het model kent 25 competenties. De inhoud van elke competentie is verbijzonderd aan de hand van componenten en gedragsankers. Het KBB-competentiemodel is voor de kenniscentra gemaakt door SHL, een internationaal werkende HRM-organisatie. Op basis van research en analyse van duizenden beroepen wereldwijd heeft SHL een Universal Competency Framework (UCF) ontwikkeld. Het KBB-competentiemodel is een voor de landelijke context van het beroepsonderwijs op maat gemaakte versie van dit UCF. Alle kwalificatiedossiers van mbo-opleidingen zijn samengesteld uit een selectie van de 25 SHL-competenties.
Waar kan ik de kwalificatiedossiers van de verschillende opleidingen vinden?
U kunt de digitale kwalificatiedossiers bekijken en downloaden op de site van Colo, de vereniging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. Het coördinatiepunt van Colo heeft de dossiers verzameld en op alfabetische volgorde gerangschikt. U kunt op de site ook per sector of ‘uitgebreid’ zoeken.
> www.colo.nl
Hoe is overlap in vmbo-programma's en mbo-programma's te voorkomen?
Afstemming van programma’s vmbo en mbo is in de praktijk niet eenvoudig. In veel gevallen is het aan te raden om op alle niveaus (strategisch, tactisch en operationeel) nauwe samenwerkingsverbanden aan te gaan met minimaal de verwante sector/unit van het mbo (roc of aoc). Met hen kunt u, als toeleverend onderwijs, afspraken maken over de doorlopende leerlijn vanuit uw nieuwe programma. Wellicht kunt u ‘meeliften’ met de ontwikkelingen in het mbo.
• Het directe contact met het roc of aoc is vaak de enige manier om overlap te voorkomen. Afspraken over portfolio/doorstroomdossiers kunnen hierbij een rol spelen.
• Inmiddels is ook ervaring opgedaan met gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering. Vmbo en mbo herontwerpen samen een opleiding met hetzelfde onderwijskundige concept. Soms gaat deze samenwerking zo ver dat ook het gebouw wordt gedeeld. Ervaring heeft geleerd dat afstemming van leerinhouden alleen geen garantie biedt voor een goede aansluiting.
Meer informatie
> Publicatie: Een Jaguar in de boom, 2001
> Vmbo het betere werk, april 2005
> Middelen voor VSV: Aanval op de uitval
> MBO2010

> terug naar boven
Tips
• Bij de ontwikkeling van een nieuw vmbo-programma, of de inbedding van uw programma in de regionaal: neem direct contact op met regionale vmbo’s en roc/aoc.
• Maak afspraken over de samenwerking; zorg daarbij voor zowel de inhoudelijke als de pedagogisch-didactische aansluiting.
• Beperk u niet tot het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten, intentieverklaringen e.d. Dat zijn doorgaans papieren tijgers. Maak praktische afspraken waar u elkaar op kunt aanspreken. Deze afspraken moeten zowel op uw school als bij uw partners in de organisatie een invulling krijgen.
• Communiceer regelmatig over uw voornemens
• Werk aan draagvlak binnen de school.
• Ga op bezoek bij het vervolgonderwijs (liefst met meerdere functionarissen uit uw school) of nodig roc/aoc- functionarissen uit op uw school. Laat zien wat u van plan bent of al heeft gerealiseerd. Bespreek dat met elkaar en probeer afstemmingsafspraken te maken.
• Onderhoud uw contacten regelmatig.
• Zet een kwaliteitssysteem op waarin u mogelijkheden creëert om uw onderwijs aan te passen op de behoefte van uw (oud) leerlingen.
• Neem een abonnement op de digitale nieuwsbrief van het roc.
Onderzoeken bij oud leerlingen
> Toppen Onderzoek & Beleid
Voorbeelden van doorlopende leerlijnen: omschrijving van een aantal landelijke projecten:
• In de Haagse regio: Scholenwerk
• In de Amsterdamse regio: samenwerkingsverband Amsterdam
• In de grafische opleidingen: leerwerktrajecten grafische opleidingen
• In de groene sector: Aequor
• De leerling zelf aan het woord: Wellantcollege
• Notitie: evaluatie eerste tranche leerwerktrajecten
• Publicatie: Doorlopende leer- en zorglijnen vmbo-mbo (deel 6a/6b)
Links
> Toppen Onderzoek & Beleid
> terug naar boven
|