Al jaren vormen de overgangen binnen ons onderwijsstelsel een bron van zorg. Er worden knelpunten geconstateerd bij de aansluiting tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs, de overgangen van avo naar beroepskwalificerende opleidingen, de overgangen binnen de zogenoemde beroepskolom (vmbo→ mbo→ hbo) en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Samenwerking vo - bve
Het overheidsbeleid is gericht op het stimuleren van een nauwere samenwerking tussen vo en bve.
De samenwerking tussen vo en bve is bedoeld voor:
• Risicoleerlingen: Leerlingen in het 3e of 4e leerjaar van het vmbo, die een vergroot risico lopen het onderwijs te verlaten zonder startkwalificatie.
• Tweedewegleerlingen: Leerlingen van 16 jaar of ouder, waarvan de kans groot is dat ze het voortgezet onderwijs zonder diploma verlaten en die baat hebben bij een overstap naar het vavo aan een regionaal opleidingencentrum (roc).
• Vmbo-gediplomeerden: Leerlingen van 16 of 17 jaar met een vmbo-diploma in de gemengde of theoretische leerweg, die graag een havo-diploma willen halen en hier meer kans op maken als de vo-school ze uitbesteedt aan het vavo.
• Leerlingen die meer willen of kunnen dan de eigen vo-school in huis heeft. Leerlingen die behoefte hebben aan verdieping en/of verrijking door aanvullende vakken te volgen op een andere vo-school of aan een bve-instelling.
• Overige categorie
Vo-scholen mogen leerlingen aan elkaar of aan een bve-instelling uitbesteden voor een efficiënter gebruik van de onderwijsvoorzieningen. Bijvoorbeeld bij bepaalde praktijkvoorzieningen. Ook kunnen vo-scholen gezamenlijke klassen inrichten.
Negen vernieuwende projecten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo
In de notitie “Vmbo: het betere werk’' (april 2005) kondigde OCW een regeling aan voor een tiental projecten om een doorlopende leerlijn vmbo en mbo tot stand te brengen. Met deze projecten steunt het ministerie scholen bij hun zoektocht naar:
• substantiële vermindering van de voortijdig schooluitval;
• kwalificatiewinst, meer leerlingen met een diploma op een hoger niveau;
• meer maatwerk, motivatie en tevredenheid van leerlingen;
• efficiëntere leerroutes met grote betrokkenheid van het bedrijfsleven.
Het Platform beroepsonderwijs voert deze eenmalige regeling uit. Er zijn in juni 2006 negen kansrijke projecten toegekend. Waaronder enkele projecten uit het groene onderwijs.
Samenvatting projectplannen (juni 2006)
> Doorlopend leren in groene competentielijnen (pdf) – Aeres
> Doorlopende onderwijstrajecten in de praktijk (pdf) – AOC Oost
> Doorstromen in Waterland (pdf) – Purmerendse Scholengemeenschap
> Human Technology in vmbo en mbo (pdf) – Marne College
> Integrale leertrajecten vmbo-mbo zw en wellness (pdf) – ZPC Rotterdam
> Kaderlycea, beroepslycea, beroepscolleges (pdf) – Isa
> U-tracks (pdf) - ROC ASA (regio Utrecht)
> Van doorstroom naar opstroom (pdf) – Alfa College
> Verticale cohesie (pdf) – Pius X College
Rapport Doorlopende leerlijnen in het Innovatiearrangement
De kenniskring ‘Doorlopende leerlijnen’ van het Platform Beroepsonderwijs heeft zich in 2005 over de praktijk van vijf projecten uit het Innovatiearrangement gebogen. Daarbij was het de bedoeling te leren hoe zij de overstap van het ene onderwijsniveau naar het andere voor hun leerlingen soepeler laten verlopen. Alle projecten richtten zich op twee thema's: betere aansluiting van programma’s en kleinere cultuurverschillen tussen de niveaus.
De kenniskring heeft vooral het primaire opleidingsproces geďnventariseerd waarbij voor vijf voorbeeldprojecten drie zaken onder de loep zijn gelegd.
• De pedagogisch-didactische aanpak
• Het programma of curriculum
• De organisatie van de opleiding
De stand van zaken in de projecten
De meeste projecten werken aan de totstandkoming van verticale leerroutes waarbij het in vier gevallen steeds om delen van de beroepskolom gaat (vmbo-mbo of mbo-hbo). Vier van de vijf projecten werken op verschillende fronten tegelijk aan het realiseren van doorlopende leerwegen. De projecten slagen er vooralsnog het best in om cultuurverschillen te verminderen. Verandering van de pedagogisch-didactische aanpak is in deze projecten de belangrijkste stimulans om doorlopende leerwegen te realiseren. Er is in de projecten nog geen grotere doorstroom bereikt omdat dit effect pas later in het project kan optreden.
De belangrijkste ervaringen met het tot stand brengen van doorlopende leerlijnen zijn:
• De totstandkoming van doorlopende leerwegen gaat hand in hand met de innovatie van de pedagogisch-didactische aanpak.
• Structurele doorlopende leerlijnen worden bevorderd door mee te draaien in elkaars managementteam en in gezamenlijke leerwerkplekken.
• Heterogeen samengestelde groepen van deelnemers en docenten rond buitenschoolse praktijkopdrachten (prestaties, scripts/scenario’s lijken grensvervaging tussen organisaties te versnellen.
• ‘Forward mapping’ stimuleert de totstandkoming van doorlopende leerlijnen. Hiermee krijgen leerlingen een horizon die verder reikt dan een kwalificatie.
• Samenwerking tussen collega-docenten in opleidingsteams en in teams met partners (praktijkopleiders) uit de beroepspraktijk bevorderen de totstandkoming van doorlopende leerlijnen.
• Tenslotte staat in het verslag een opsomming van bevorderende en belemmerende factoren.
Voorbeelden
Om meer inzicht te krijgen in mogelijkheden om de aansluitingen te verbeteren, heeft de Onderwijsraad het SCO-Kohnstamm Instituut ter voorbereiding op het advies ‘Betere overgangen in het onderwijs’ onderzoek laten verrichten naar ‘good practices’ die gericht zijn op het tegengaan van aansluitingsproblemen.
Centraal stond de vraag: Welke bijdrage kunnen goede aansluitingspraktijken op overgangsmomenten tussen onderwijssectoren en onderwijssoorten en de arbeidsmarkt leveren aan (het denken over) aansluitingsoplossingen en welke rol speelt het concept ‘doorlopende leerlijnen’ daarbij?
Voor elk van de overgangsmomenten zijn twee initiatieven beschreven en geanalyseerd aan de hand van vier vragen:
• Welke goede praktijken met een bestaansduur van minimaal drie jaar zijn operationeel op de negen genoemde aansluitingsmomenten en hoe zijn deze te karakteriseren in termen van ontstaansgrond, doel, werkwijze en opbrengst/effect?
• Welke condities bevorderen dan wel belemmeren het functioneren van deze praktijken?
• Welke bijdrage kunnen dergelijke praktijken leveren aan het verbeteren/verkleinen van aansluitingsproblemen ten gunste van de doorlopende leerlijnen van de leerling?
• Welke aansluitingsoplossingen zijn op grond van bovenstaande te formuleren gericht op het perspectief van de leerling, de onderwijsinstellingen en het beleid van de centrale overheid?
> Conclusies goede voorbeelden doorstroom in praktijk - SCO-Kohnstamm Instituut (word-document)
Meer informatie
> Innovatiearrangement Beroepskolom 2003 en 2004 (word-document), december 2005
> Bruggen bouwen voor leerloopbanen, december 2005
> Doorlopende leerlijnen in de beroepskolom
> Betere overgangen in het onderwijs (pdf), december 2005
> Nog meer ruimte voor samenwerking VO - Bve (pdf), Ministerie van OCW, september 2007
> terug naar boven
|