|
Ook met de nieuwe wet moeten leraren over een bevoegdheid beschikken. Maar hoe zit het ‘bekwaam’, ‘bevoegd’ en ‘benoembaar’?
Een leraar is bekwaam als hij aan de geldende bekwaamheidseisen voldoet. Tijdens zijn loopbaan moet hij die bekwaamheid onderhouden.
Een leraar is bevoegd als hij een HO-getuigschrift heeft dat is afgegeven vóórdat de bekwaamheidseisen zijn ingevoerd en waaraan onderwijsbevoegdheid is verbonden of als hij een HO-getuigschrift heeft waaruit blijkt dat hij aan de bekwaamheidseisen voldoet.
Dat getuigschrift wordt afgegeven vanáf het moment dat de bekwaamheidseisen zijn ingevoerd.
Een leraar is benoembaar als hij bevoegd is en als hij een verklaring omtrent het gedrag kan overleggen en de rechter hem niet heeft uitgesloten van het geven van onderwijs.
Verder is iemand ook benoembaar als hij nog niet bevoegd is maar
• hij een leraar in opleiding is (LIO), of
• een zij-instromer is, of als
• hij volgens de wet onbevoegd mag werken.
Ook dan moet hij:
• een verklaring omtrent het gedrag kunnen overleggen en mag de rechter hem niet hebben uitgesloten van het geven van onderwijs.
Bekwaamheidseisen
Er zijn bekwaamheidseisen voor leraren PO, leraren VO/BVE en leraren bovenbouw HAVO/VWO. Deze eisen zijn onder regie van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL) opgesteld. De bekwaamheidseisen voor leraren zijn in augustus 2005 officieel vastgesteld. Vanaf nu krijgen de lerarenopleidingen de kans hun opleidingsprogramma's aan te passen. Ook de scholen krijgen de tijd om het onderhouden van bekwaamheden in hun beleid op te nemen en er vervolgens mee aan de slag te gaan.
De bekwaamheidseisen gaan in per 1 augustus 2006. In dat zelfde jaar zullen er alleen nog getuigschriften worden afgeven die zijn afgestemd op de bekwaamheidseisen.
Een getuigschrift of bewijs van bevoegd zijn
In het algemeen heeft iemand, als hij als leraar wil worden benoemd, een getuigschrift nodig van een lerarenopleiding. Daarmee wordt het onafhankelijke bewijs geleverd dat hij (ooit) heeft aangetoond een bekwaam leraar te kunnen zijn. Hij is dan ‘bevoegd’. Maar scholen mogen in bepaalde gevallen ook personen die niet of nog niet bevoegd zijn tijdelijk tot leraar benoemen. Bijvoorbeeld leraren in opleiding (LIO) of zij-instromers. De school is op de hoogte in welke gevallen benoeming zonder getuigschrift is toegestaan.
De inspectie adviseerde ook over bevoegdheidsverklaringen in het vo en verleende ontheffingen op het gebied van eisen van benoembaarheid en eisen van bekwaamheid. De Wet Beroepen In het Onderwijs heeft gevolgen voor de rol van de inspectie op het gebied van bevoegdheden en bekwaamheden. Over de uitwerking vindt nog overleg plaats met de minister.
De zeven competenties van leraren
De verantwoordelijkheden van de leraar zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te onderscheiden: de interpersoonlijke rol, de pedagogische, de vakinhoudelijke & didactische en de organisatorische. Deze beroepsrollen worden door de leraar vervuld in vier verschillende typen situaties die kenmerkend zijn voor het beroep van leraar: het werken met leerlingen, met collega's, met de omgeving van de school en met zichzelf. Bij dat laatste gaat het om het werken aan de eigen professionele ontwikkeling.
Interpersoonlijk
Leiding geven en zorgen voor een goede sfeer waarin leerlingen constructief met elkaar kunnen omgaan.
Pedagogisch
Zorgen voor een veilige leeromgeving en bevorderen van persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling, zodat leerlingen uitgroeien tot zelfstandige en verantwoordelijke personen.
Vakinhoudelijk en didactisch
Zorgen voor een krachtige leeromgeving en bevorderen van het leren.
Organisatorisch
Zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer en structuur in de leeromgeving.
Samenwerking met collega’s
Zorgen dat het werk afgestemd is op dat van collega’s; bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie
Samenwerking met de omgeving
In het belang van de leerlingen een relatie onderhouden met ouders, buurt, bedrijven en instellingen.
Reflectie en ontwikkeling
Zorgen voor de eigen professionele ontwikkeling en de professionele kwaliteit van de beroepsuitoefening.
Deze rollen zijn vervolgens in vier beroepssituaties tegen het licht gehouden, wat tot zeven competenties heeft geleid.
Overzicht competenties
 |
Inter-
persoonlijk |
Pedagogisch |
Vakinhoudelijk/
didactisch |
Organisa-torisch |
| Met leerlingen |
1 |
5 |
6 |
7 |
| Met collega's |
2 |
5 |
6 |
7 |
| Met omgeving |
3 |
5 |
6 |
7 |
| Met zichzelf |
4 |
5 |
6 |
7 |
Voor onderwijsondersteuners, zoals de onderwijsassistent, instructeur of praktijkbegeleider zijn nog geen bekwaamheidseisen geformuleerd. Eerst zal een landelijk platform voor onderwijsberoepen voorstellen doen voor welke ondersteunende beroepen in het onderwijs bekwaamheidseisen zouden moeten gelden. Vervolgens kunnen er bekwaamheidseisen voor ondersteunende werkzaamheden worden opgesteld.
Bronnen en nadere informatie
> ‘Blijf groeien' (pdf), brochure over de Wet op de beroepen in het beroepsonderwijs.
> Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel (pdf) - AMvB, september 2005.
> In bekwame handen met informatie over bekwaamheidseisen po, vo en bve.
> De wet BIO
> Ervaringen van proefscholen
> Dossier ´Werk(en) in het onderijs´met oa informatie rond de wet BIO .
> Beleidsregel bekwaamheidseisen per 010806 (pdf)
|