Wet- en regelgeving Afdrukken

Kernvragen
> Biedt de wet en het beleid ruimte om te experimenteren?
> Hoe is de doorstroming vmbo-mbo wettelijk geregeld?
> Hoe zit het met bekwaam en bevoegd worden, zijn en blijven?
> Wat zijn de wettelijke mogelijkheden voor onderwijsvernieuwing in de regio?
> Wat is de wettelijke status van nieuwe programma’s zoals ICT en SDV?
> Hoe ziet de toekomst eruit?


Of uw initiatief past binnen het huidige onderwijsbeleid en de bestaande wet- en regelgeving, hangt vooral af van de vraag hoe vernieuwend het onderwijsprogramma is. Als het gaat om het stevig verankeren van een bestaand programma in de regio (b.v. met behulp van het bedrijfsleven) dan is er waarschijnlijk voldoende ruimte binnen de bestaande wet- en regelgeving. Maar als het gaat om een geheel nieuw programma, dan zal de behoefte aan ruimte groot zijn. Belangrijk is om in een vroeg stadium na te gaan wat de mogelijkheden zijn binnen wet- en regelgeving en waar eventueel experimenteerruimte nodig is. Bij het invoeren van een bestaand maar elders ontwikkeld programma zal bij de goedkeuring door het Ministerie al veel zijn geregeld: programma en eindtermen, bevoegdheden, examens en financiering. Wel zullen aanpassingen en nieuwe randvoorwaarden nodig zijn, gezien de specifieke schoolsituatie.


Biedt de wet en het beleid ruimte om te experimenteren?

Ruimte om te experimenteren
De huidige wet- en regelgeving biedt al ruimte. Belangrijk is om goed te onderzoeken wat binnen de huidige wet- en regelgeving al mogelijk is.
Er zijn uitzonderingen mogelijk op wat er in de inrichtings- en examenbesluiten staat. Op basis van artikel 25* en artikel 29, zesde lid** van de WVO kan het ministerie ontheffing geven ten aanzien van die voorschriften. Het ministerie van OCW gaat echter terughoudend om met verzoeken voor ontheffing, mede gezien het toetsingskader voor nieuwe programma’s dat in voorbereiding is. Aanvragen voor ontheffing moet u indienen bij het ministerie:
Ministerie van OCW, Directie VO
Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag

Inrichtingsartikelen
De twee bijzondere inrichtingsartikelen in de WVO zijn:
1. Artikel 25. Bijzondere inrichting school. “Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school kan de minister toestaan dat van de artikelen 7 tot en met 11f, 12 tot en met 15, en van de voorschriften, bedoeld in artikel 22, wordt afgeweken. De minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.”
2. Artikel 29 Eindexamens en diploma. “Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school kan de minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. De minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waar binnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.”

Meer informatie
> Wettelijk kader / Regionale arrangementen

Links
> www.wettenoverheid.nl
> www.cfi.nl
>
Wet op het voortgezet onderwijs (WVO; tekst zoals deze geldt op 17 juli 2007)

> terug naar boven

Hoe is de doorstroming vmbo-mbo wettelijk geregeld?
Bij de invoering van het vmbo zijn de doorstroomrechten naar het mbo vastgelegd.

De doorstroomregeling zegt het volgende over de doorstroom naar het mbo:
BB geeft toegang tot niveau 2-opleidingen.
KB, GL en TL geven toegang tot niveau 3 en 4-opleidingen.
De niveau 1-opleiding is drempelloos.

Verwante doorstroom, dus binnen een sector, is altijd mogelijk zonder nadere eisen aan het vakkenpakket.

Bij niet-verwante doorstroom, dus naar een andere sector, worden geen nadere eisen gesteld als het gaat om doorstroom naar de sectoren zorg en welzijn en landbouw.
Bij niet-verwante doorstroom naar een economische of technische opleiding is ten minste één sectorvak van de sector economie (economie, wiskunde, tweede moderne vreemde taal) of techniek (wiskunde, nask1) verplicht.

Voor leerlingen die een leerwerktraject volgen binnen de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo moet de vmbo-school afspraken maken met het mbo over de doorstroom van leerlingen. De leerlingen hebben recht op doorstroom naar een verwante opleiding op minimaal niveau 2 of naar een niet-verwante opleiding op niveau 1 of 2. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

Voor de leerlingen die binnen het vmbo een assistentopleiding mbo niveau 1 volgen maakt de vmbo-school afspraken over het programma-aanbod, de examinering en de diplomering en de doorstroom van de leerling naar een vervolgopleiding in het mbo. Deze afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

Meer informatie
> Doorstroomregeling (pdf), januari 2001
> Tijdelijke beleidsmaatregel assistentopleiding (pdf), december 2003 

Hoe zit het met bekwaam en bevoegd worden, zijn en blijven?
De wet op de beroepen in het onderwijs (Wet BIO) regelt de kwaliteit van het onderwijspersoneel: leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. In de Wet BIO zijn de bekwaamheidseisen voor een leraar beschreven.

De Wet BIO spreekt niet alleen over ‘bekwaam zijn’, maar ook over ´bekwaam blijven’. Dit betekent dat in het schoolplan of kwaliteitszorgverslag moet staan hoe het onderwijspersoneel de vereiste bekwaamheden onderhoudt – via een persoonlijk ontwikkelingsplan - en welke maatregelen en instrumenten de school daarvoor inzet. Het kwaliteitsbeleid in het schoolplan vormt de basis voor het maken van verdere concrete afspraken tussen school en onderwijspersoneel over scholing en deskundigheidsbevordering. De aanpak kan verschillen, bijvoorbeeld via leren of coachen op de werkplek, teamgesprekken of het volgen van cursussen. De resultaten van die inspanningen worden per persoon schriftelijk vastgelegd en bijgehouden. De wet spreekt in dit verband over een bekwaamheidsdossier.

Een leraar is bevoegd als hij een getuigschrift van een lerarenopleiding beschikt waaruit blijkt dat hij aan de bekwaamheidseisen voldoet.

Meer informatie
> Bekwaam – bevoegd – benoembaar

Wat zijn de wettelijke mogelijkheden voor onderwijsvernieuwing in de regio?
Er bestaan verschillende overheidsregelingen waarvan vmbo-scholen gebruik kunnen maken. De belangrijkste regeling om onderwijsvernieuwing in de regio door te voeren is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO).

Meer informatie

> Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen
> Innovatiearrangementen
> Doorlopende leerlijnen


Wat is de wettelijke status van nieuwe programma’s zoals ICT en SDV ?
De vijf voorheen extra-reguliere programma's Sport, Dienstverlening en Veiligheid (SDV), Techniek-Breed, ICT-route, Intersectoraal en Technologie in de gemengde leerweg zijn met ingang van 1 augustus 2008 regulier geworden.  Dat betekent ook dat voor deze programma's centrale examens zijn ontwikkeld.

Indien de school over een vbo-licentie beschikt kan zij zelf besluiten om een van deze programma's aan te bieden. Hiervoor is niet langer overeenstemming nodig in een RPO. Wel dient de school over de juiste -onderliggende- afdelingslicenties te beschikken. Hiervoor zijn minimaal de volgende afdelingslicenties vereist:

Techniek breed:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van ten minste twee afdelingen in de sector Techniek.

Sport dienstverlening en veiligheid:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Economie en Zorg en Welzijn.

Technologie in de gemengde leerweg:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn.

Intersectoraal:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van afdelingen in de sectoren:
• Techniek en Zorg en Welzijn voor de uitstroomvariant Technologie en Dienstverlening;
• Techniek en Economie voor de uitstroomvariant Technologie en Commercie;
• Zorg en Welzijn en Economie voor de uitstroomvariant Dienstverlening en Commercie.

ICT-route:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn.

In de gemengde leeweg:
Het bevoegd gezag heeft toestemming voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn.

Meer informatie:

CFI-regeling voorzieningenplanning VO (pdf), juli 2008
CFI-regeling intra-en intersectorale programma's (pdf), juli 2008


> Techniek Breed
> Sport, Dienstverlening en Veiligheid (SDV)
> Technologie in de gemengde leerweg (GL)
> ICT-route
> Intersectoraal
> Wettelijk Kader /  Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen 

> Betere overgangen in het onderwijs (pdf), december 2005 

Links
> VO-raad
> Deltapunt techniek
> Projectgroep onderbouw vo
> Het Platform vmbo intersectoraal
> Stichting Platforms Vmbo

> terug naar boven


Hoe ziet de toekomst eruit?
Innovatieagenda
Het Ministerie van OCW streeft ernaar om voor de drie sectoren (vmbo, mbo en hbo) zoveel mogelijk te komen tot één innovatieagenda. Het bedrijfsleven en het beroeponderwijs kunnen daardoor beter samenwerken in de regio. Deze innovatieagenda bevat een aantal thema’s die richtinggevend zijn.

Regionale afspraken
Aan de hand van de thema’s uit de innovatieagenda worden door de partijen in de regio afspraken gemaakt over concrete vernieuwingen. De scholen en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het sluiten en de inhoud van een convenant en, zoals de onderwijsraad adviseert, het tot stand brengen van innovatiekringen met regionale thema’s als aangrijpingspunt. Het platformberoepsonderwijs (HPBO) en de Stichting van de Arbeid (STAR) zijn betrokken geweest bij de Innovatieagenda beroepsonderwijs die is opgenomen in de regeling Innovatiebox.

Innovatiebox en Innovatiearrangement
Bij bovengenoemde benadering, waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de sector voorop staat, past een ander financieel kader. Hiertoe worden de beschikbare middelen voor innovatie via een groeimodel zoveel mogelijk gebundeld en beschikbaar gesteld via de innovatiebox, gekoppeld aan de lumpsum van de instellingen. Niet alle middelen voor innovatie gaan onderdeel uitmaken van de innovatiebox. Besloten is het huidige innovatiearrangement de komende periode te continueren. Zowel voor de aanwending van de middelen uit Innovatiebox als het Innovatiearrangement is de Innovatieagenda van toepassing. Voor het vmbo is in de regeling Doorontwikkeling vmbo een verbinding gelegd met de Innovatieagenda van het beroepsonderwijs.

Verantwoording achteraf
Het ‘vooraf regelen’ door de overheid wordt los gelaten, daarvoor in de plaats komt een jaarlijkse verantwoording achteraf over de concrete resultaten en de inzet van de middelen in relatie tot de innovatieagenda. Deze verantwoording gebeurt op basis van criteria die vastgesteld worden in samenspraak met de sociale partners en de drie sectoren. Daarnaast vindt monitoring plaats en is het voornemen een vorm van visitatie te introduceren. Bij de visitatie zal het bedrijfsleven een rol spelen. Verder zal de uitwisseling van good practices een prominentere plaats krijgen. Als na vier jaar monitoring van bovengenoemde systematiek blijkt dat de onderwijsinstellingen beroepsnabij beroepsonderwijs als kerntaak voldoende hebben gerealiseerd, is het voornemen de middelen toe te voegen aan de lumpsum van de instellingen.

Herbezinning
In het vmbo gaat een herbezinning op de inzet van middelen voor innovatie gepaard met een bestuurlijke omslag, waarbij de sector veel meer aan zet is bij het bepalen van de innovatiestrategie. Deze herbezinning geldt overigens voor het gehele vo. De omvang van projectmiddelen is in vergelijking met bve en hbo beperkt. De bestuurlijke beweging is er op gericht dat de sector veel meer dan nu het geval is zeggenschap krijgt over de inzet van deze middelen, gecombineerd met een meer integrale inzet van de middelen die nu voor innovatie en ontwikkeling beschikbaar zijn. Het streven is om in het mbo en het hbo de innovatiemiddelen in 2008 geoormerkt toe te voegen aan de lumpsum van de instellingen. Deze middelen worden ingezet binnen de innovatieagenda van de sectororganisaties (vo, bve, en ho), de sociale partners en het rijk gezamenlijk.

Meer informatie
> De kennisbank Techniek
> Projectenbank Kennisnet
> Voortvarend vmbo, samen koersen op bewegingsruimte, mei 2006 
> Beleidsreactie Voortvarend vmbo, oktober 2006
> Vensters op de toekomst (pdf), september 2008
> Beleidsreactie Vensters op de toekomst (pdf), september 2008
> Beleidsreactie beroepswijs beroepsonderwijs (pdf), oktober 2005
> Eindrapport Beroepswijs Beroepsonderwijs (pdf), oktober 2004
schoolvoorbeelden_logo_klein.jpg



Links

> Het Platformberoepsonderwijs
> Het Plaform Bčta Techniek
> VO-raad

> terug naar boven