|
Sluit uw idee voor een nieuw onderwijsprogramma aan bij het landelijke, regionale en of lokale overheidsbeleid? De belangrijkste beleidskaders en –kwesties op een rij gezet.
Wie is verantwoordelijk voor het onderwijsbeleid?
Primair is het ministerie van OCW verantwoordelijk voor het onderwijsbeleid. De overheid geeft echter in toenemende mate het onderwijsveld de ruimte om te komen tot regionale afstemming. De autonomie van zowel het vmbo als het mbo wordt steeds groter. Maar wel binnen een aantal beleidskaders. Voor de nieuwe beleidsvoornemens verwijzen we u naar de Beleidsprioriteiten van het ministerie van OCW. In 'de strategische beleidsagenda BVE 2008-2011' en ‘Koers BVE’ staan deze voornemens en de kaders waarbinnen dit vorm dient te krijgen vermeld. Tevens staan in de documenten de verantwoordelijkheden van alle partijen helder aangegeven. Voor het vmbo is door het ministerie een veel grotere planningsvrijheid voorgesteld.
Toezicht
Vanaf schooljaar 2007-2008 start het nieuwe toezicht in het primair en voortgezet onderwijs en de expertisecentra. In de bve-sector is het nieuwe toezicht in 2006 van start gegaan.
Het nieuwe toezicht werkt op basis van risico's. De inspectie maakt voor alle scholen jaarlijks een risico-analyse. Scholen waar geen risico's zijn aangetroffen krijgen dat jaar niet meer met toezicht te maken - tenzij daar een concrete aanleiding toe ontstaat. Het doel van het toezicht is om het onderwijs te helpen verbeteren. Het vertrouwen in het onderwijsstelsel groeit als de kwaliteit zichtbaar en meetbaar is. Daarbij geldt het principe: minder onderzoek waar het kan, meer onderzoek waar het nodig is.
Meer informatie
> Beleidsprioriteiten Ministerie van OCW
> Koers VO (pdf), juni 2004
> Strategische agenda BVE 2008-2011 (pdf)
> Kabinetsreactie Rapport Beroepswijs Beroepsonderwijs (pdf), oktober 2005
> Vmbo het betere werk (pdf), april 2005
> Informatie over het nieuwe toezicht op de site van de Onderwijsinspectie
> Informatie over toezicht op het onderwijs op de site van het Ministerie van OCW
De Adviesgroep Vmbo
De Adviesgroep vmbo heeft in 2005 de opdracht gekregen om samen met scholen, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven te zoeken naar een nieuwe, ruimere begrenzing van de mogelijkheden van vmbo-scholen om het eigen onderwijsaanbod te bepalen.
De Adviesgroep heeft op tal van manieren in het veld geïnventariseerd welke ruimte scholen nodig hebben om het eigen onderwijsaanbod te bepalen. De Adviesgroep nodigde scholen uit om stelling te nemen, bracht een
tussenadvies uit, deed onderzoek, belegde een grote landelijke
manifestatie en vele kleinere regionale conferenties, organiseerde
themabijeenkomsten en bedacht verschillende toekomstscenario’s.
Scholen geven aan over de gehele linie behoefte te hebben aan ruimte. Op basis van deze bevindingen met de scholen heeft de Adviesgroep in Voortvarend vmbo een mogelijk ontwikkelingsperspectief geschetst en mogelijke criteria voor nieuwe experimentele programma’s aangereikt. De minister heeft in haar beleidsreactie aangegeven de aanbevelingen voor een belangrijk deel over te nemen.
In haar eindadvies ‘Vensters op de toekomst van het vmbo’ gaat de Adviesgroep nader in op vier hoofdkwesties.
In het eindadvies heten ze ‘vensters’: perspectieven voor de verdere ontwikkeling van het vmbo. De thema’s die in de vensters belicht worden zijn loopbaanoriëntatie en – begeleiding (LOB), de programmastructuur in het vmbo, kwaliteitsborging en de schakelfunctie van de theoretische leerweg. Het gaat om verbeteringen die mogelijk zijn binnen de kaders van het vmbo. De vier vensters laten zien hoe kleine concrete stappen, die in de praktijk hun waarde hebben bewezen, kunnen worden ingepast in een integraal perspectief.
Meer informatie
> Voortvarend vmbo, mei 2006
> Beleidsreactie Voortvarend vmbo, oktober 2006
> Vensters op de toekomst van het vmbo (pdf), september 2008
> Beleidsreactie Vensters op de toekomst van het vmbo (pdf), september 2008
Tips
Bij de ontwikkeling van de pedagogisch-didactische visie of bij de aanpassing van het onderwijsaanbod zult u uw voornemens vooral ontwikkelen op basis van huidige wet- en regelgeving. In de praktijk komt het echter nogal eens voor dat de ‘grenzen’ van deze kaders op gezocht worden. Bent u onzeker of uw plannen binnen de huidige wet- en regelgeving passen, dan kunt u contact op nemen met de inspectie of met het ministerie van OCW. Met hen kunt u bekijken binnen welke ruimte u uw ontwikkelingen kunt uitwerken.
Meer informatie
> Behoefte / Onderwijsprogramma
Contactinformatie
> CFI (wet-en regelgeving)
> Onderwijsinspectie
• Ministerie van OCW, Directie VO, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag
Links
> VMBO startpagina
> Het Platform Beroepsonderwijs
> MBO Raad
> AOC Raad
> terug naar boven
Wat is het landelijk beleid op het gebied van de planning van onderwijsvoorzieningen?
De overheid wil scholen meer ruimte geven en de regelgeving voor de planning van onderwijsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs vereenvoudigen. De oude planningswet en ervaringen die zijn opgedaan bij het ontwikkelen van regionale arrangementen zijn samengebracht in een nieuwe wet voorzieningenplanning VO: het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO).
Scholen krijgen binnen een RPO een grotere planningsvrijheid bij hun onderwijsaanbod in de regio en een grotere gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de regionale samenwerking. De nieuwe wet RPO en de betreffende wijzigingen in de WVO zijn per 1 augustus 2008 ingegaan.
> Meer informatie
Wat is het landelijk beleid op het gebied van examinering?
Op dit moment zijn er experimenten gaande op het terrein van meerdere examenmomenten, digitalisering en flexibilisering van de examens. Medio 2006 zijn de examenprogramma’s voor het vmbo globaler geformuleerd. Voor het centraal examen stelt het CEVO de inhoud en de toetsvorm vast, die worden vastgelegd in syllabi.
De globale formulering van de examenprogramma's heeft betrekking op de wijze waarop de eindtermen zijn uitgeschreven. Een exameneenheid bestaat in de meeste gevallen nog maar uit één eindterm. Vanaf augustus 2007 is het globale examenprogramma van kracht.
Een derde deel van het examenprogramma wordt centraal getoetst. Vanaf 2008 betreft dit een vast deel. Het roulatiesysteem dat sommige vakken kenden is daarmee verleden tijd. Voor de exameneenheden die centraal getoetst worden is voor elk algemeen vak en beroepsgericht programma een syllabus opgesteld. De syllabus beschrijft van elke exameneenheid welke concretere inhouden tot de eindterm gerekend worden. Al deze concretiseringen zijn onder de noemer 'klein onderhoud' tegen het licht gehouden en waarnodig bijgesteld. Dat heeft geresulteerd in geactualiseerde inhouden die voorschrijvend van aard zijn voor zowel makers van de opgaven voor het centraal examen als voor docenten. De syllabi zijn te downloaden van de site Examenblad.
Voor de exameneenheden die met een schoolexamen afgesloten worden (tweederde deel van het examenprogramma) zijn alleen de globaal geformuleerde eindtermen leidend. De scholen hebben daardoor ruimte voor het maken van eigen inhoudelijke keuzes voor de concretisering van die eindtermen, maar zijn niet verplicht van die geboden ruimte gebruik te maken. Voor scholen die gebruik willen maken van de geboden ruimte, zijn handreikingen uitgewerkt. Deze handreikingen zijn niet voorschrijvend, maar zijn bedoeld om docenten ideeën aan te reiken. De handreikingen zijn te downloaden van de website van de SLO.
Meer informatie
De computer bij de centrale examens (pdf)
Pilot meerdere examenmomenten (pdf)
Links
> CEVO
> Cito (vo/centrale examens/computers en examens)
> Examenblad.nl (Regeling vaststelling examenprogramma's voortgezet onderwijs)
> Examenblad.nl (De officiële website voor de examens in het VO)
> Stichting Platforms Vmbo
> SLO
Wat is het landelijk beleid op het gebied van de doorstroom vmbo-mbo
Kwalificatieplicht
Per 1 augustus 2007 is de kwalificerende leerplicht tot 18 jaar ingegaan. De kwalificatieplicht is een van de maatregelen om schooluitval van jongeren tegen te gaan. Veel 16- en 17-jarigen verlaten het onderwijs zonder een startkwalificatie. De kwalificatieplicht verplicht alle jongeren die na de volledige leerplicht nog geen startkwalificatie hebben, een onderwijsprogramma te volgen totdat zij een startkwalificatie hebben behaald. De kwalificatieplicht betekent niet 5 dagen per week in de schoolbanken. Combinaties van leren en werken zijn ook mogelijk zoals de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo.
Met de wijziging van de leerplicht is de campagne 'Jij moet verder leren dan je neus lang is' van start gegaan.
Ontwikkelingen in vmbo en mbo
Op dit moment vinden er zowel in het vmbo als het mbo belangrijke innovaties plaats. Het mbo werkt aan de invoering van een competentiegerichte kwalificatiestructuur. Deze structuur is niet meer gebaseerd op eindtermen maar op kwalificatiedossiers. Het mbo krijgt van de staatssecretaris twee jaar extra de tijd voor de invoering van competentiegericht onderwijs. De verplichte invoering is daarmee verschoven van 1 augustus 2008 naar 1 augustus 2010. In die periode mogen mbo's op vrijwillige basis starten met nieuwe opleidingen en hier ervaring mee opdoen. Elke mbo bepaalt in die periode zelf het tempo van implementatie. De extra twee jaar voor het mbo geeft de bovenbouw van het vmbo de gelegenheid nog eens op een rij te zetten op welke wijze de leerlingen voorbereid kunnen worden op de aanpak en werkwijze in het mbo. Daarnaast is men bezig met een wetsvoorbereiding die het mogelijk maakt voor mbo-studenten om zich vanaf 1 augustus 2010 gedurende het eerste jaar van hun mbo-opleiding te oriënteren in een van de - naar verwachting - twintig opleidingsdomeinen.
In het vmbo zijn de examenprogramma’s geglobaliseerd. De inhoud van het centraal examen is voor meerdere jaren vastgelegd. De eindtermen van deze examens en de exameneenheden voor het schoolexamen zijn herzien en teruggebracht tot een beperkt aantal eindtermen. Voor de school is – binnen het gedeelte dat door het schoolexamen wordt getoetst - meer ruimte ontstaan om het programma regionaal in te kleuren en leerlingen meer maatwerk te bieden.
Samenwerking vmbo-mbo
Op dit moment zijn er verschillende mogelijkheden voor de samenwerking vmbo-mbo:
• Aanbieden van een assistentenopleiding (incl. AKA) in het vmbo
Vmbo-scholen mogen een assistentenopleiding niveau 1 (incl. AKA) aanbieden op voorwaarde dat zij een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het mbo.
• Het uitbesteden van vmbo-leerlingen aan het mbo (incl. VAVO)
Het is mogelijk om leerlingen – die hun opleiding niet op het vmbo kunnen voltooien – uit te besteden aan het mbo of het VAVO. Het doel is maatwerk te bieden aan leerlingen die het onderwijs zonder diploma dreigen te verlaten. Zodat ze meer kans maken op een diploma of beter voorbereid beginnen aan een vervolgopleiding. Dit maakt ook een efficiënter gebruik van onderwijsvoorzieningen mogelijk, doordat scholen elkaars voorzieningen kunnen gebruiken. Voor leerlingen die tussentijds overstappen van vmbo naar mbo zijn financiële voorzieningen getroffen. Bij een tussentijdse overstap van vmbo naar mbo is het mogelijk financiële middelen over te hevelen naar het mbo. De deelnemer wordt dan bij de vmbo-school uitgeschreven en ingeschreven bij de mbo-instelling. Het is ook mogelijk om een deel van het programma aan het mbo uit te besteden. De jongere blijft dan ingeschreven bij de vmbo-school.
• Uitvoeren van pilots vmbo – mbo 2
Vmbo-scholen kunnen een aanvraag doen voor het uitvoeren van een pilot vmbo-mbo2. Leerlingen volgen dan een doorlopend traject tot en met het diploma mbo niveau 2.
• Convenanten Voortijdig School Verlaten
Om het aantal leerlingen dat zonder startkwalificatie van school gaat te verminderen sluit het ministerie van OCW convenanten af met scholingsinstellingen en andere samenwerkingspartners in de regio.
Financiering samenwerking vmbo-mbo
Er zijn verschillende subsidiemogelijkheden voor projecten op het gebied van samenwerking vmbo-mbo:
Subsidie innovatiearrangement
Scholen of instellingen in het beroepsonderwijs kunnen ten behoeve van een samenwerkingsverband in aanmerking komen voor subsidie. Het doel van deze regeling is het ondersteunen en stimuleren van innovatiearrangementen. Een innovatiearrangement dient gericht te zijn op tenminste één van de volgende thema's: (1) het bevorderen van competentiegericht beroepsonderwijs, (2) het verbeteren van de aansluiting tussen de verschillende delen van het beroepsonderwijs en (3) de optimalisering van vernieuwing in het bedrijfsleven en het beroepsonderwijs door samenwerking. De thema's dienen te worden uitgewerkt in de volgende onderwerpen: instroom, doorstroom in de beroepskolom, aansluiting op de arbeidsmarkt, uitvalbeperking en talentontwikkeling.
> www.hetplatformberoepsonderwijs.nl
Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008-2013
Vanaf het schooljaar 2008-2009 start het experiment om meer leerlingen hun startkwalificatie te laten halen op mbo-niveau 2. Doel van de experimenten is ervaring op te doen met geïntegreerde trajecten van vmbo en mbo niveau 2.
Tijdelijke regeling subsidiering samenwerking vmbo-mbo2 (pdf)
> www.cfi.nl
Meer informatie
> Bruggen Bouwen voor leerloopbanen (pdf), december 2005
> Brochure: Over leerloopbanen en loopbaanleren (pdf), februari 2006
> Brochure: Een boulevard zonder drempels: integratie vmbo-mbo (pdf),
> Doorstroomagenda (pdf), juli 2002
> Besluit samenwerking VO – BVE (pdf), december 2005
> IBO BVE (pdf)
> Wet Educatie en beroepsonderwijs, art.8.2.1
> Regeling doorlopende leerlijnen vmbo-mbo (pdf), november 2005
> "VMBO: het betere werk" (pdf), april 2005
> Nog meer ruimte samenwerking (pdf), 2007
> Tijdelijke beleidsmaatregel assistentopleiding vmbo (pdf)
Links
> Website Leren & Werken
> Campagnesite 'Jij moet verder leren dan je neus lang is'
> www.voortijdigschoolverlaten.nl
> www.durvendelendoen.nl
> terug naar boven
Wat is het onderwijsbeleid van de gemeente?
Naast beleidsvoornemens van de landelijke overheid zijn ook beleidsontwikkelingen van de regionale en lokale overheden voor u van belang. Neem daarom contact op met het bureau of afdeling ‘Onderwijs’ van uw gemeente. Elke gemeente heeft eigen onderwijsbeleid. De gemeente neemt vaak deel aan allerlei onderwijsontwikkelingen en -projecten. De gemeente heeft een taak (en een budget) voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs.
Als het gaat om samenwerking met de gemeente, kunnen de volgende vragen helpen.
• Wie is verantwoordelijk voor het onderwijsbeleid?
• Zijn er activiteiten rond leerplicht en RMC?
• Is er een verbinding te leggen tussen onderwijs en economische zaken?
• En tussen onderwijs en sociale zaken?
• Zijn er economische kengetallen bekend?
• Is er een structureel overleg mogelijk met de gemeente en andere partners?
• Is er bereidheid om mee te denken over regionale programma’s?
• Heeft de gemeente contacten met de provincie rond werkgelegenheidsvraagstukken?
• Is dat wat wij hebben bedacht zinvol en past het in de regio?
Via de website van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) kunt u direct de informatie van uw gemeente of deelgemeente opvragen. Op deze site vindt u tevens informatie over (regionale) samenwerkingsorganen.
Links
> Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Beleidsveld onderwijs
> De website van de twaalf provincies
> www.cbsinuwbuurt.nl
> www.oic.cfi.nl
Voorbeelden van beleid met betrekking tot regionale samenwerking zijn te vinden op de sites van:
> Het Platform Beroepsonderwijs
> Startpagina vmbo
> Website Lerende Regio Arnhem
> Het platform Midden Nederland
Meer informatie

> terug naar boven
|