Personeel Afdrukken

Kernvragen
> Wat zijn de personele consequenties van het nieuwe programma?
> Hoe creëer ik draagvlak voor het regionale programma?
> Hoe zit het met bekwaam en bevoegd?
> Welke professionaliseringsmogelijkheden zijn er?

 

Het opstarten van een nieuw programma heeft naast de inhoudelijke en organisatorische aspecten ook een personele component. Het is van belang de personele consequenties van uw idee in kaart te brengen. Door in te schatten welke vaardigheden, bekwaamheden en bevoegdheden nodig zijn, ontstaat een beeld van de gewenste personele situatie.

Meerjaren personeelsplanning
In het kader van de ontwikkeling van Integraal Personeelsbeleid is het wenselijk dat onderwijsinstellingen in de komende jaren een meerjaren personeelsplanning ontwikkelen en een plan van aanpak formuleren. In een meerjaren personeelsplanning wordt op de korte en lange termijn de personeelsbehoefte begroot- kwantitatief en kwalitatief- in relatie tot de organisatiedoelstellingen. Om de beoogde personele inzet te realiseren kan het wervings-, scholings- en mobiliteitsbeleid verder ingevuld worden.

Er zijn inmiddels een aantal pilots geweest die antwoord geven op de vraag hoe de doelstellingen van de organisatie vertaald kunnen worden naar de gewenste personeelsbehoefte op de lange termijn.

Meer informatie
> Kennisportaal Onderwijsarbeidsmarkt


Wat zijn de personele consequenties van het nieuwe programma?
Het is van belang om zicht te krijgen op de consequenties van het regionale programma voor de personeelsformatie. Het is aan te bevelen om een overzicht te maken van de benodigde competenties voor uitvoering van het nieuwe programma.

Bekwaamheden
Belangrijk aspect daarbij is de belangstelling en bekwaamheden van de huidige medewerkers. Ga met u medewerkers in gesprek over de benodigde bekwaamheden. Zo krijgt u zicht op de motivatie en mogelijkheden van het team om uitvoering te geven aan het regionale programma. Is men bereid zich bij te laten scholen? Zijn er intern geen mogelijkheden en/of ambities dan dient er extern geworven te worden. Houd rekening met de doorlooptijd van werving- en selectieprocedures. De werving- en selectieprocedure begint doorgaans met het opstellen van het juiste beroepscompetentieprofiel van de functie. Detachering vanuit het bedrijfsleven is mogelijk ook een optie voor de invulling van de functie.

Meer informatie
> Lerarenweb (competenties medewerkers)

Hoe creëer ik draagvlak voor het regionale programma?
Medewerkers van meet af aan betrekken bij veranderingen is een gebleken succesfactor. Door medewerkers van het begin deelgenoot te maken van de ideeën kunnen zij ook meedenken en mee ontwikkelen. Op deze wijze worden ze mede-eigenaar van het idee. Organiseer brainstormsessies en/of werkteamoverleggen om met de betrokken medewerkers het idee voor de invoering van een regionaal programma verder te concretiseren. Laat de medewerkers inbreng leveren en taken op zich nemen.

Bedenk dat veranderingen onzekerheid en weerstand kunnen oproepen bij sommige medewerkers. Een nieuw te ontwikkelen programma gaat gepaard met enige onzekerheid over de concrete resultaten. Vanuit de schoolleiding is het belangrijk om in deze fase zo min mogelijk onduidelijkheid te laten ontstaan. Communiceer in deze fase open over de ontstane en gewenste situatie. Het is niet noodzakelijk om overal een antwoord op te hebben.

Organiseer een commissie/projectgroep met een duidelijke afgebakende opdracht. Zorg voor alle noodzakelijke voorzieningen die nodig zijn om de opdracht uit te voeren. Denk daarbij aan facilitering in tijd, menskracht en middelen. Laat de projectgroep een projectgroepleider aanwijzen die zorgt voor de interne communicatie. Voorkom dat het alleen uw idee blijft, maar zoek medestanders en geef hen een rol in het invoeringsproces.

Reflectie en ontwikkeling
Een van de competenties die in de wet BIO wordt onderscheiden is de competentie ‘in reflectie en ontwikkeling’. Om hieraan te kunnen voldoen dient de docent zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen ontwikkeling te onderschrijven. Hij onderzoekt, expliciteert en ontwikkelt zijn eigen opvattingen over het docentschap en zijn bekwaamheid als docent. De bekwaamheidseisen die hierbij horen zijn omschreven in de wet BIO (Titel 3, bekwaamheidseisen docent vmbo)

> terug naar boven

Hoe zit het met bekwaam en bevoegd?
Ook met de nieuwe Wet BIO moeten leraren over een bevoegdheid beschikken. Maar hoe zit het ‘bekwaam’, ‘bevoegd’ en ‘benoembaar’?

Een leraar is bekwaam als hij aan de geldende bekwaamheidseisen voldoet. Tijdens zijn loopbaan moet hij die bekwaamheid onderhouden.

Een leraar is bevoegd als hij een HO-getuigschrift heeft dat is afgegeven vóórdat de bekwaamheidseisen zijn ingevoerd en waaraan onderwijsbevoegdheid is verbonden of als hij een HO-getuigschrift heeft waaruit blijkt dat hij aan de bekwaamheidseisen voldoet.
Dat getuigschrift wordt afgegeven vanáf het moment dat de bekwaamheidseisen zijn ingevoerd.

Een leraar is benoembaar als hij bevoegd is en als hij een verklaring omtrent het gedrag kan overleggen en de rechter hem niet heeft uitgesloten van het geven van onderwijs.

Verder is iemand ook benoembaar als hij nog niet bevoegd is maar
• hij een leraar in opleiding is (LIO), of
• een zij-instromer is, of als
• hij volgens de wet onbevoegd mag werken.

Ook dan moet hij:
• een verklaring omtrent het gedrag kunnen overleggen en mag de rechter hem niet hebben uitgesloten van het geven van onderwijs.

Bekwaamheidseisen
Er zijn bekwaamheidseisen voor leraren PO, leraren VO/BVE en leraren bovenbouw HAVO/VWO. Deze eisen zijn onder regie van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL) opgesteld. De bekwaamheidseisen voor leraren zijn in augustus 2005 officieel vastgesteld. De lerarenopleidingen hebben hun opleidingsprogramma's aangepast. Ook de scholen hebben de tijd gekregen om het onderhouden van bekwaamheden in hun beleid op te nemen en er vervolgens mee aan de slag te gaan. De bekwaamheidseisen zijn ingegaan per 1 augustus 2006. In dat zelfde jaar zullen er alleen nog getuigschriften worden afgeven die zijn afgestemd op de bekwaamheidseisen.

Een getuigschrift of bewijs van bevoegd zijn
In het algemeen heeft iemand, als hij als leraar wil worden benoemd, een getuigschrift nodig van een lerarenopleiding. Daarmee wordt het onafhankelijke bewijs geleverd dat hij (ooit) heeft aangetoond een bekwaam leraar te kunnen zijn. Hij is dan ‘bevoegd’. Maar scholen mogen in bepaalde gevallen ook personen die niet of nog niet bevoegd zijn tijdelijk tot leraar benoemen. Bijvoorbeeld leraren in opleiding (LIO) of zij-instromers.

De zeven competenties van leraren
De verantwoordelijkheden van de leraar zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te onderscheiden: de interpersoonlijke rol, de pedagogische, de vakinhoudelijke & didactische en de organisatorische. Deze beroepsrollen worden door de leraar vervuld in vier verschillende typen situaties die kenmerkend zijn voor het beroep van leraar: het werken met leerlingen, met collega's, met de omgeving van de school en met zichzelf. Bij dat laatste gaat het om het werken aan de eigen professionele ontwikkeling.

Interpersoonlijk
Leiding geven en zorgen voor een goede sfeer waarin leerlingen constructief met elkaar kunnen omgaan.

Pedagogisch
Zorgen voor een veilige leeromgeving en bevorderen van persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling, zodat leerlingen uitgroeien tot zelfstandige en verantwoordelijke personen.

Vakinhoudelijk en didactisch
Zorgen voor een krachtige leeromgeving en bevorderen van het leren.

Organisatorisch
Zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer en structuur in de leeromgeving.

Samenwerking met collega’s
Zorgen dat het werk afgestemd is op dat van collega’s; bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie.

Samenwerking met de omgeving
In het belang van de leerlingen een relatie onderhouden met ouders, buurt, bedrijven en instellingen.

Reflectie en ontwikkeling
Zorgen voor de eigen professionele ontwikkeling en de professionele kwaliteit van de beroepsuitoefening.

Deze rollen zijn vervolgens in vier beroepssituaties tegen het licht gehouden, wat tot zeven competenties heeft geleid.

Overzicht competenties

Inter-
persoonlijk
Pedagogisch Vakinhoudelijk/
didactisch
Organisatorisch
Met leerlingen 1 5 6 7
Met collega's 2 5 6 7
Met omgeving 3 5 6 7
Met zichzelf 4 5 6 7

Voor onderwijsondersteuners, zoals de onderwijsassistent, instructeur of praktijkbegeleider zijn nog geen bekwaamheidseisen geformuleerd. Eerst zal een landelijk platform voor onderwijsberoepen voorstellen doen voor welke ondersteunende beroepen in het onderwijs bekwaamheidseisen zouden moeten gelden. Vervolgens kunnen er bekwaamheidseisen voor ondersteunende werkzaamheden worden opgesteld.

Bronnen en nadere informatie
> ‘Blijf groeien' (pdf), brochure over de Wet op de beroepen in het beroepsonderwijs, september 2004.
> Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel (pdf) - AMvB, september 2005.
> Site van de overheid over werken in het onderwijs

> terug naar boven

Welke professionaliseringsmogelijkheden zijn er?
Algemene instrumenten voor persoonlijke professionele ontwikkeling zijn ondermeer zelfreflectie, consultatie, intervisie, leren op de (nieuwe) werkplek en soms een externe cursus. Voor specifieke scholing in verband met een nieuw of bij te stellen programma kunt u ook denken aan het meedoen aan voor het idee relevante regionale of landelijke netwerken, bijeenkomsten en conferenties. Ook een gericht bezoek aan een of meer scholen die al iets a la uw idee hebben gerealiseerd, kan heel inspirerend en informatief zijn. Leg een dergelijk bezoek bij voorkeur af na het lezen van een beschrijving van het gebeuren op die school en met enkele vooraf bedachte vragen.

Meer informatie
POP en gesprekscyclus
Een handleiding met voorbeelden en formats.
> IPB (pdf), oktober 2003

Tips
• Betrek medewerkers vanaf het begin bij de uitwerking van uw idee. Zo creëert u draagvlak en betrokkenheid. Aan te bevelen is u in eerste instantie te richten op diegenen waarvan u denkt of weet dat ze met uw idee (samen) wel iets willen en kunnen. Maak het mogelijk dat medewerkers zich in dit kader al in een vroeg stadium verder kunnen ontwikkelen, zo geeft u ruimte aan persoonlijke ambities. Neem al deze zaken zo natuurlijk mogelijk op in de algemene plannen voor personeelsontwikkeling en bekwaamheidsdossiers.
• Beargumenteer helder naar de medewerkers als u vindt dat er extern geworven moet worden.
• Voor alle nieuwe programma’s (met formele status) is inmiddels aangegeven hoe het met de bevoegdheden zit.
• Besteed aandacht aan weerstand, maar laat dit niet leidend zijn voor het vervolg. Stimuleer en ondersteun de voorstanders. Richt u op de medestanders voor het vervolg. Stel een projectgroep samen..
• Maak (een aantal) medewerkers mede verantwoordelijk voor de invoering van het regionaal programma. Geef hen verantwoordelijkheden, maar ook de daarbij behorende bevoegdheden.

Links
> In bekwame handen
> Dossier ´Werk(en) in het onderijs´
> Lerarenweb
> Kennisportaal Onderwijsarbeidsmarkt
> Investors in People
> Het Platform Beroepsonderwijs

> terug naar boven