|
Ruimten |
|
|
De ideeën over wat leerlingen in scholen doen zijn de laatste jaren sterk aan het veranderen. In veel scholen werken leerlingen meer zelfstandig, meer samen en worden resultaten vaker gepresenteerd. Daarbij maken leerlingen meer gebruik van multimediale hulpmiddelen. Wellicht heeft uw idee gevolgen voor de inrichting van het gebouw. Om te kunnen bepalen hoe een school naar uw idee ingericht kan worden zult u op zoek moeten gaan naar leerling- en docentactiviteiten die van belang zijn voor uw vorm van onderwijs.
Hoe kom ik van onderwijsvisie naar schoolgebouw ?
Een manier om een zo duurzaam mogelijk gebouw te ontwerpen is om samen vast te stellen welk onderwijs u gezien de huidige ontwikkelingen over 5-10 jaar zou moeten hebben. (zie ook leerconcept) Op die toekomstige vorm van onderwijs stelt u uw gebouw af. U zult moeten gaan kijken welke vernieuwingen in dat nieuwe gebouw al direct toepasbaar zijn als eerste stap naar het toekomstmodel.
Door de lijn te volgen van de zogenaamde “Designing-down”-methode kunt u zo’n toekomstgericht gebouw ontwerpen. Deze start met een oriëntatie op de bovengenoemde ontwikkelingen. Daarop worden uitgangspunten geformuleerd voor het onderwijs over 5-10 jaar. Voor het schoolgebouw is belangrijk welke zichtbare activiteiten ondersteund moeten worden en hoe deze activiteiten in de tijd verlopen. Die activiteiten worden daarna geformuleerd als groepsgrootte-werkvorm-combinaties.Van elke combinatie wordt bepaald hoeveel tijd ze per week gezien moet kunnen worden. Met deze gegevens is aan te geven:
• welke ruimtesoorten nodig zijn
• welke ruimten flexibel en multifunctioneel gebruikt moeten kunnen worden en welke ruimten een meer specialistische bestemming moeten krijgen
• hoe deze ruimten in school geplaatst moeten worden.
Het nieuwe gebouw moet dus niet alleen de knelpunten van het bestaande gebouw oplossen. Het dient op toekomstige onderwijskundige ontwikkelingen flexibel te kunnen inspelen, ruimte te bieden voor experimenten en de mogelijkheid hebben om aangepast te worden als ontwikkelingen toch een andere kant uitgaan dan verwacht.
Het resultaat van de methode wordt neergelegd in een ruimte-relatieschema en een schatting van het aantal werkplekken per ruimtesoort. Op basis van deze gegevens kan een bouwkundig bureau aangeven welke maatregelen genomen moeten worden en wat daarvan de kosten zijn. Daarna kan een programma van eisen worden opgesteld en een ontwerp worden gemaakt.
Meer informatie
> Toolkit vernieuwbouw, 2003
> Publicatie: Van onderwijsvisie naar schoolgebouw, beleving van ruimten (pdf), december 2005
> Vereniging van Nederlandse Schoolbouwers
> Wat is Designing down?
> Designing down op het Helvion college, PDF
Links
> http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=57431
> www.onderwijshuisvesting.nl
> www.onderwijspaleis.nl

> terug naar boven
|
|
|